Gereformeerde Gemeente Nijkerk

Kerkgebouw

Bagijnenstraat 3, 3861 JT NijkerkTel. 033 – 245 91 27

Pastorie

Vrijheidslaan 20, 3861 JA, Nijkerk,Tel. 033 – 246 14 22

Ouderlingen

C.P. van de BaanW. de JongA. Slingerland

Diakenen

F.W. ClementsJ. van der HaveD. ten Voorde

Consulent

ds. G. van Manen

Taakverdeling kerkenraad

Preses - ouderling A. SlingerlandScriba - ouderling C.P. van de BaanScriba diaconie - diaken J. van der HavePenningmeester kerk/diaconie - diaken D. ten VoordeKerktelefoon - diaken J. van der HaveBeheer en onderhoud kerkelijke goederen - ouderling W. de JongContactpersoon studerenden - diaken D. ten Voorde

Koster

dhr. J.R. van Slooten - koster@gergemnijkerk.nl.

Hulpkoster

dhr. M.R. van de Baan

Moeten wij onze zonden belijden?

En al het volk zeide tot Samuël: Bid voor uw knechten den HEERE uw God, dat wij niet sterven; want boven al onze zonden hebben wij dit kwaad daartoe gedaan, dat wij voor ons een koning begeerd hebben (1 Sam. 12:19).

De belijdenis van zonden heeft zeer schone eigenschappen!

De oprechte belijder doet het gewillig. Wie drong de verloren zoon ertoe om te belijden: ‘Ik heb gezondigd tegen de hemel en voor u? Dat was niet gedwongen, zoals iemand die op een pijnbank ligt. Nee, zo gaat het met de heiligen niet, maar het gaat vanzelf. Ze doen ook spoedig belijdenis, ze zoeken geen uitstel. Ze doen het ook oprecht: zo hartelijk en gevoelig. Ze doen het ook ronduit: ze noemen tijd, plaats en omstandigheden. Ze blijven daarin volharden tot ze sterven. ‘O God,' zeggen ze dan, 'wat heb ik gezondigd’.

U vraagt misschien: moet ik dan al mijn zonden belijden?

Ja, al de zonden die u weet. Ook moet u moeite doen om de zonden op te halen die u niet meer weet. Ik en u vergeten zoveel. Waarom wil God hebben dat wij ze ophalen? Opdat wij zouden gedenken aan het verleden en aan het heden.De hoop zonden zal dan zo groot worden, dat u voor God in schaamte zult staan en zeggen: 'Het getal is meer dan de haren van mijn hoofd, mijn schuld is tot aan de hemel. Er zijn zelfs zonden die ik voor deugden had aangezien. Maar al is het getal nog zo groot, zoek ze toch in orde te brengen. Begin met de zonden van uw jongelingschap en ga voort tot de mannelijke jaren, en kom tot uw oude dag. Belijdt de zonden van uw eenzaamheid, de zonden in uw familie, de zonden in uw beroep, de zonden in uw omgang met mensen, de zonden in de kerk, in de godsdienst en van uw heiligste dingen. Zeg: 'Heere, zo en zo is mijn leven geweest, een samenknoping van ongerechtigheid!

Uw zonden belijden, wat is de uitwerking ervan?

Nu willen we u vragen: Kent u het? Ging het bij u zo toe? Kent u een plaatsje waar het u zo gegaan is? Liggen de tranen vers in uw geheugen? Zou u er ver naar moeten zoeken? Heugt u de zoetigheid en verkwikking die u ervan had? Is het lang geleden of juist heel kort? Ja, is het uw dagelijks werk? Is het een groot deel in uw gebed?
Weet u wel dat er geen goed gebed wordt gedaan als dat er niet in voorkomt?!
U die God zoekt te vrezen, wat spreekt uw hart? Moet u zeggen: Ik ben een belijder, ik verberg mijn kwaad niet voor Uw aangezicht, Heere, het stelt mij in mijn schaamte? Wel, het is een teken dat u in de genade bent overgegaan.
Maar let op: de goddelozen belijden ook, waarin bent u dan onderscheiden? We bidden God dat Hij dit aan ons en aan u zal believen te zegenen, tot Zijn eer, om Zijns Zoons wil. Amen.

Bernardus Smytegelt - Het gekrookte riet., 58e preek

In de volksmond heette Nijkerk's eerste kerkje naar deze knecht en leraar. Van hem en enkele van onze andere voorgangers verzamelen we treffende uitspraken.