Goede werken doen

Doch wij weten dat de wet goed is, zo iemand die wettelijk gebruikt,En hij dit weet, dat den rechtvaardige de wet niet is gezet, maar den ongerechtigen..1 Timotheüs 1:8,9
Zij dwalen die zeggen dat de rechtvaardigen goede werken moeten doen. Dat is net zo ongerijmd en ongepast gesproken als wanneer je zou bevelen dat God goed moet zijn, dat de zon moet schijnen, dat de perenboom peren moet dragen,  of dat drie plus zeven tien moet zijn. Terwijl dit alles toch al noodzakelijk volgt uit hun natuurlijke eigenschappen. Of, om het nog helderder en duidelijker te zeggen: de goede werken volgen op het geloof, zonder bevel van een wet, helemaal als vanzelf en gewillig, zonder enige dwang.
Want ieder ding volbrengt zonder wet en zonder dwang het doel waartoe het is geschapen. De zon schijnt van nature zonder bevel, de perenboom draagt zonder bevel uit zichzelf peren, drie plus zeven moet niet tien zijn, want dat was al zo. Het is niet nodig om tegen onze Heere God te zeggen dat Hij goed moet doen, want Hij is reeds uit Zichzelf goed zonder ophouden, en Hij doet het gewillig en graag.
Om die reden mag je de rechtvaardige niet gebieden dat hij goede werken moet doen. Want hij doet die reeds zonder gebod en bevel, omdat hij een nieuwe schepping en een goede boom is. Zoals Paulus in de brief aan Efeze (2 v. 10) schrijft: “Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, welke God voorbereid heeft, opdat wij in dezelve zouden wandelen.”

(Luther - Tischreden aus Veit Dietrichs und Nicolaus Medlers Sammlung, WATR 1, Nr. 1199)