“Want het einde der wet is Christus,”

Rom 10:4a


O mens, die uw gehele leven onder de scherpe prediking hebt neergezeten, en die tot nu toe dezelfde bent gebleven, zonder enige verandering.

Welke zijn toch de vruchten die u hebt gedragen?

Ziet u hier nu uw aard, vrienden?

Weet u wel dat elk mens als een slangenzaad geboren wordt en dat hij het niet weet?

O als God hem licht geeft bij Zijn wet, dan eerst ziet en gelooft hij het.


Mist u de waarachtige ontdekking van zonden en van eigengerechtigheid bij het overtuigend licht des Heiligen Geestes door de wet?

Dan mist u alles.

Het moet nood worden bij een mens.

Hij moet zijn ziel in nood zien, zal hij ooit recht om redding en verlossing roepen en zal hij ooit waar werk krijgen.


Voor niemand wordt Jezus ooit recht dierbaar, dan tegen ontdekte zonden, tegen verlorenheid, tegen banden, vijandschap vanbinnen, tegen onmacht, blindheid enz.

Daarom ziet het er zo donker met u uit.

En weet daarom dat u midden in de dood ligt.

En wanneer u zo blijft zult u sterven, al is uw waan en hoop nu ook het allersterkst, u zult op uw einde alles missen.

Wanneer u uw lichamelijke ogen in rust zult menen te sluiten, dan zullen die van uw geest in de eeuwige onrust opengaan.

Ach, welk een verschrikkelijk missen, welk een verschrikkelijke verandering in zulk een ziel. Zijn allersterkste hoop, het huis van zijn gewaande Christendom, waaraan hij zestig, zeventig of tachtig jaren heeft gebouwd, nu als een huis der spinnenkoppen in één ogenblik weggevaagd.

En dan, ja, dan zult u eerst recht geloven hetgeen sommigen u op aarde hebben aangezegd.


Laat mij u nog deze raad geven.

Wilt u ten leven ingaan? Onderhoudt dan de geboden. En wel zonder onderscheid, ja, volmaakt.

O mens, gaf de Heere u toch die zes uw eeuwig gevaar eens op uw ziel gebonden werd, en dat u eens aan het lopen raakte door de wet.


Wie weet hoe spoedig u buiten adem aan het einde der wet als dood zou neervallen aan de voet van de Heere Jezus.

Het einde der wet is toch Christus, tot rechtvaardigheid voor een iegelijk die gelooft.


Ik raad u: Buigt veel uw knieën voor God, en bidt om licht, dat om licht, dat God u datgene mocht doen zien, hetgeen Hij aan al Zijn volk doet zien.



(blz 326 - De leer der waarheid, die naar de Godszaligheid is - Justus Vermeer)